Dit blog...

Dini

Welkom op de website van Dini Commandeur. Als columniste heeft Dini een flink aantal columns voor verschillende bladen geschreven. Daarnaast schrijft Dini af en toe korte verhalen. Deze columns en verhalen zijn op deze website beschikbaar voor iedereen. Periodiek worden hier ook de nieuwste columns en verhalen gepubliceerd.

Archieven

01 Jan - 31 Dec 2018
01 Jan - 31 Dec 2017
01 Jan - 31 Dec 2016
01 Jan - 31 Dec 2015
01 Jan - 31 Dec 2014
01 Jan - 31 Dec 2013
01 Jan - 31 Dec 2012
01 Jan - 31 Dec 2011
01 Jan - 31 Dec 2010
01 Jan - 31 Dec 2009
01 Jan - 31 Dec 2008
01 Jan - 31 Dec 2007
01 Jan - 31 Dec 2006
01 Jan - 31 Dec 2005
01 Jan - 31 Dec 2004
01 Jan - 31 Dec 2003
01 Jan - 31 Dec 2002
01 Jan - 31 Dec 2001
01 Jan - 31 Dec 2000
01 Jan - 31 Dec 1999
01 Jan - 31 Dec 1998
01 Jan - 31 Dec 1997
01 Jan - 31 Dec 1996
01 Jan - 31 Dec 1995
01 Jan - 31 Dec 1994
01 Jan - 31 Dec 1993
01 Jan - 31 Dec 1991
01 Jan - 31 Dec 1990
01 Jan - 31 Dec 00

E-mail

Mail

Links

dini's site in english
dini's site in dutch
Veel meer columns
en nog meer columns
Leeskring
B9-Literatuur
Schrijverspunt

Zoek!

Overig

Powered by Pivot - 1.40.7: 'Dreadwind' 
XML: RSS Feed 

« Boeken | Home | Limburg, Lambertus, e… »

Op consult

Maandag 21 September 2009 We gingen naar Groningen, naar het Stripmuseum. Naar de tentoonstelling over Sigmund, het stripfiguurtje van tekenaar Peter de Wit.

Het Stripmuseum is op zich de moeite al waard, als je van strips houdt. Voor kinderen is het heel erg leuk. Je kunt zelf aan de slag, je mag bijvoorbeeld strips tekenen, maar je kunt ook tekenfilmpjes kijken. Voor ons was het herkenning, nostalgie. Heel oude strips, de eerste Suskes en Wiskes, Jan, Jans en de kinderen. En Sjors en Sjimmie uit de oertijd… Vergeten stripfiguren die weer tot leven komen in het Stripmuseum. Maar ook de stripfiguren van de huidige tijd, zoals Franka, en andere, mij onbekende striphelden.

Ik moet eerlijk toegeven dat ik geen stripfan ben. Ja, ik lees Jan, Jans en de kinderen in de Libelle, maar de strips in onze krant lees ik eigenlijk nooit. Mijn blik moet er wel bij toeval op vallen, en dan moeten de eerste woorden me meteen al boeien. Ik ben blasé, denk ik. Vroeger een beetje teveel stripverhalen gelezen. Toen onze zoons klein waren samen met hen de Donald Duck, ontelbare Suskes en Wiskes, en natuurlijk de vele avonturen van Asterix en Obelix.

Stripverhalen, en korte stripjes, het is aan mij niet meer besteed, maar ik vind het enorm knap wat striptekenaars kunnen. En Peter de Wit laat ons door zijn Sigmund strips de samenleving in alle facetten laat zien, inclusief onszelf. En hoewel de maatschappij ons niet altijd vrolijk stemt, zorgen de strips voor de lach. Peter de Wit is niet alleen een stripkunstenaar, maar ook een levenskunstenaar. Hoe krijgt hij het toch voor elkaar om zoveel strips te produceren, zoveel humor in de tekeningen te stoppen en dat met die klier van dat psychiatertje Sigmund. Want je zou het mannetje bij tijd en wijle een schop verkopen. Maar terwijl we door de tentoonstellingsruimte dwaalden, en steeds een deel van de strips lazen, hoorden we regelmatig een schaterlach. De bezoekers van de tentoonstelling die onze, toch niet altijd vrolijke samenleving, door de ogen van Sigmund / Peter de Wit bekeken, werden daar bepaald niet depressief van. En als je dat kunt bereiken als striptekenaar, als je je lezers keer op keer kunt laten lachen, zelfs om de sores van het leven, dan verdien je meer dan een lintje.

Maar er waren niet alleen strips op de tentoonstelling. Er was ook een interactieve behandelkamer. Daarin stond een Therapiemachine, met keuzeknoppen. Men kon op consult bij Sigmund, en de vragen waren bedacht in samenwerking met een psycholoog. Natuurlijk gingen we dat doen, en de vragen logen er niet om. De eerste vraag, “bent u een man of een vrouw” was nog het gemakkelijkst. De tweede vraag: “U heeft een droomt: u wordt wakker in de Kalverstraat en iedereen kijkt naar u. Wat draagt u, sexy lingerie of een bourka?” Hoewel ik de neiging kreeg om weg te lopen van de Therapiemachine klikte ik, braaf als ik ben, op de knop in welke van de twee outfits men mij in de Kalverstraat zou kunnen tegenkomen. “Zo zo, ú durft,” zei die knakker ook nog, terwijl het antwoord bijzonder netjes was. De rest van de vragen ging over geld lenen aan een vriendin, geld dat maar niet terug kwam terwijl ik het zelf nodig had, een scriptie die in tijdnood geschreven moest worden, mijn portemonnee die was achtergebleven bij een groentekraam op de markt. Allemaal situaties die totaal niet bij mij horen. Dat de diagnose van Sigmund nergens op sloeg is dan ook geen wonder: ik hoorde volgens hem tot de 11 procent bezoekers van de Therapiemachine die een perfectionist blijkt te zijn. En natuurlijk mocht ik, net als de andere bezoekers, waarvan uit een tussenstand 16 procent zichzelf “slimmerik” en 9 procent zich “levensgenieter” mocht noemen(Bron: ANP, Leeuwarder Courant, 10-09-2009), de week daarna terug komen. Want aan de minpuntjes kon worden gewerkt.

Op consult bij Sigmund. Als er echt zo’n psychiater als Sigmund zou bestaan zou je met zo’n therapeut na een therapie waarschijnlijk op therapie moeten gaan bij een andere psychiater. Om van het “Sigmundtrauma” af te komen.

Toch schijnen er therapeuten rond te lopen die op hem lijken. Laatst sprak ik een mevrouw die een paar keer op consult was geweest. De therapeut had bijna niks gezegd en weinig gevraagd. Alleen hoe ze zelf over haar problemen dacht, en vooral hoe ze over een oplossing dacht. Maar zelfs een leek als ik kon merken dat die mevrouw helemaal was vastgelopen in haar problemen, en wat had ze er aan als er tijdens een consult bijna alleen maar werd gezwegen? Het zal wel bij zijn behandel­methode hebben gehoord, de patiënt zelf laten nadenken of zoiets, maar laten we even reëel zijn: een psycholoog heeft ervoor geleerd mensen te helpen, en weet vaak snel de vinger op de zere plek te leggen. Het slaat nergens op om de patiënt, die vaak al zo lang tobt, nog langer met de problemen te laten rondlopen, en zelf de oplossing voor de moeilijkheden te laten bedenken.

De therapeut ging met vakantie en gaf de mevrouw nog een telefoonnummer voor geval van nood. Het was een foutief nummer, hij had het verkeerd opgeschreven, dus toen ze het nodig had, kon ze geen hulp krijgen.

Mevrouw was verbitterd, de onverschilligheid en slordigheid van de man deden haar geen goed. Ze wil nu helemaal niet meer in therapie, niet bij hem, maar ook niet bij iemand anders. En dat is jammer, want er zijn ook wel goede, deskundige psychologen. Niet elke psycholoog is slordig en onverschillig, er zijn heus genoeg therapeuten met hart voor hun patiënten. Ongeveer 90.000 mensen brachten vorig jaar een bezoek aan de psycholoog. Dit zijn er 6.000 meer dan het jaar daarvoor. (Bron: Libelle, en Landelijke Vereniging van Eerstelijnpsychologen.) En de meesten van die 90.000 mensen hebben vast wel adequate hulp gehad.

Maar het is zeker van groot belang een deskundige psycholoog te vinden.

Een goede hulp bij het zoeken kunnen lotgenotengroepen zijn, en die zijn weer te vinden op internet.

Gelukkig is het tegenwoordig niet vreemd meer om in therapie te gaan, hoewel veel mensen het liever niet vertellen, er rust blijkbaar toch nog wel een beetje een taboe op. Maar toch: in een van Sigmunds strips online zegt de patiënt tegen Sigmund:

“Bij iedereen in mijn omgeving zit wel een steekje los maar ik ben volkomen normaal.” “Dat is gek,” zegt Sigmund. “Gelukkig,” lacht de patiënt.

En wilt u meer Sigmundstrips lezen, surf dan naar http://www.lqq.be/category/fun/sigmund_strips/

Ik kan het u aanraden. Hij is bij tijd en wijle een ettertje, die Sigmund, en hij laat ons zien dat we niet volmaakt zijn en dat er aan onze wereld van alles en nog wat mankeert. Maar gelukkig kan hij ons ook laten lachen, dus op consult bij Sigmund is misschien toch zo gek nog niet.


 

Design and implementation by Focusys