Dit blog...

Dini

Welkom op de website van Dini Commandeur. Als columniste heeft Dini een flink aantal columns voor verschillende bladen geschreven. Daarnaast schrijft Dini af en toe korte verhalen. Deze columns en verhalen zijn op deze website beschikbaar voor iedereen. Periodiek worden hier ook de nieuwste columns en verhalen gepubliceerd.

Archieven

01 Jan - 31 Dec 2018
01 Jan - 31 Dec 2017
01 Jan - 31 Dec 2016
01 Jan - 31 Dec 2015
01 Jan - 31 Dec 2014
01 Jan - 31 Dec 2013
01 Jan - 31 Dec 2012
01 Jan - 31 Dec 2011
01 Jan - 31 Dec 2010
01 Jan - 31 Dec 2009
01 Jan - 31 Dec 2008
01 Jan - 31 Dec 2007
01 Jan - 31 Dec 2006
01 Jan - 31 Dec 2005
01 Jan - 31 Dec 2004
01 Jan - 31 Dec 2003
01 Jan - 31 Dec 2002
01 Jan - 31 Dec 2001
01 Jan - 31 Dec 2000
01 Jan - 31 Dec 1999
01 Jan - 31 Dec 1998
01 Jan - 31 Dec 1997
01 Jan - 31 Dec 1996
01 Jan - 31 Dec 1995
01 Jan - 31 Dec 1994
01 Jan - 31 Dec 1993
01 Jan - 31 Dec 1991
01 Jan - 31 Dec 1990
01 Jan - 31 Dec 00

E-mail

Mail

Links

dini's site in english
dini's site in dutch
Veel meer columns
en nog meer columns
Leeskring
B9-Literatuur
Schrijverspunt

Zoek!

Overig

Powered by Pivot - 1.40.7: 'Dreadwind' 
XML: RSS Feed 

« Animal Planet en Oran… | Home | Inspiratie »

“Vertel me…”

Maandag 09 Augustus 2010 Vorige week belde Ed weer eens en dat was leuk, want ik had lang niet van hem gehoord. Ik ken hem van het corresponderen. Ooit zat hij in een buitenlandse gevangenis en schreef toen stukjes in een krant over zijn leven in de hel die gevangenis heet.

En hij vroeg om post. Die kreeg hij. Ik was een van de velen die hem schreef, en toen hij eindelijk vrij kwam, zetten we ons contact voort. En nog nooit heb ik iemand ontmoet die zo intens van de kleinste zaken kan genieten. Zet Ed op een bankje in een rustig plantsoen, laat hem zijn shaggie maar roken, en rustig van de zon genieten. Soms ging ik naar zijn stad, soms kwam hij naar de mijne, dan bezochten we een museum, of zaten op een terras. Of we pakten de trein naar Harlingen, liepen langs de Waddenzee en aten kibbeling in een zeemanscafetaria met uitzicht op grote zeeschepen. Ed genoot en ik had plezier in zijn kunst van genieten.
Maar gaandeweg werd het leven moeilijker voor hem. Een baan vinden was in het noorden niet te doen, geld was het eeuwige probleem. Op een gegeven moment verloor ik hem uit het oog. Via via hoorde ik na lange tijd waar hij was. In een buitenlandse gevangenis. En dus begonnen we weer met schrijven. En na een poos zat zijn straf er op, kwam hij weer naar Nederland, en meldde hij zich bij de politie. Hij had nog een paar boetes uit te zitten. En toen belde hij mij vanuit de bajes, en kon ik bij hem op bezoek. Nooit had ik gedacht dat ons weerzien in de gevangenis zou plaatsvinden in plaats van ergens op een station of op een terras. Maar na al die jaren pakten we de draad meteen weer op. Al is de bezoekruimte van een bajes niet te vergelijken met een zonnig terras, koffie en thee is er wel te krijgen en een gesprek is overal te voeren. Veel mensen denken trouwens nog steeds dat gedetineerden in Nederland in luxe baden. Dat is absoluut niet waar. Maar vergeleken met gevangenissen in andere landen hebben de gedetineerden het in Nederland het niet slecht. Jan de Cock, de Belgische schrijver en tralie-trotter zegt in zijn boek Hotel Prison: “Toon mij uw gevangenissen en ik zal zeggen hoe democratisch uw land is.” En de Cock is in de smerigste gevangenissen ter wereld geweest, heeft gevangenen in de meest mensonterende omstandigheden ontmoet. Ik zou dus de Nederlandse gevangenissen niet met een van die gevangenissen durven te vergelijken. En ik hoorde Ed ook niet klagen. Hij was ervaringsdeskundig per slot, in een van de laatste gevangenissen liepen dikke ratten door de cellen. Dus was Ed dik tevreden met zijn schone cel. Het enige probleem was dat men op de boete afdeling niet mocht werken. En dus sloeg de verveling toe. En verveling, daar ga je door piekeren, en dat levert somberheid op. Maar komaan het was maar tijdelijk, dit verblijf in hotel de P.I. en hij had nu bezoek. “Vertel me eens, hoe is het hier, en wat doe je zoal de hele dag?” vroeg ik, en Ed vertelde. Over zijn dagen in de cel, beetje tv kijken, beetje lezen, luchten, eten, slapen, bibliotheek, met maatschappelijk werkster en humanistisch raadsvrouw praten. En hij vertelde hoe zijn vertrek uit de buitenlandse gevangenis was gegaan. En over een oudere dame die de buitenlanders in die gevangenis bezocht en vers fruit uit haar boomgaard meebracht. Een engel was ze. Ze werd door de gevangenen op handen gedragen, want ander bezoek kwam er niet. Familie en vrienden van de gevangenen mochten haar adres gebruiken om pakjes en geld te sturen, zij zorgde ervoor dat het bij de betreffende gedetineerde terecht kwam. Ed sprak met respect over haar, en hij was van plan haar regelmatig te schrijven. Op de verveling na viel het hem hier niet tegen. Er werd ook druk aan zijn toekomst gewerkt. Met hulp van de humanistisch raadsvrouw werd gekeken of een organisatie die zich bezig houdt met nazorg voor ex-gedetineerden een kamer voor Ed had in een van haar huizen. Gedurende de tijd dat hij in de gevangenis zat bezocht ik hem regelmatig. Een uurtje dat voorbij vloog: “Vertel me, hoe was je week, wat heb je gedaan? Is er nieuws, heb je nog post gehad?” En bij het laatste bezoek, vertelde hij dat er een plaats beschikbaar was in een huis van de nazorg voor ex-gedetineerden. Wel in een ander deel van het land, maar dat deerde niet. Na verloop van tijd kwam Ed vrij en kon zijn nieuwe leven beginnen. Voorbij was de periode van opsluiting, hij had zijn vrijheid terug.
Op de dag van zijn vrijlating gingen we weer met de trein naar de zee en de haven. Daar aten we kibbeling in de cafetaria. Het was zo simpel, maar er was geen mooiere manier om de start van zijn nieuwe leven vieren. Hij vertrok naar een ander deel van het land, en af en toe was er contact. Na een poos verliet hij het huis van de organisatie en kreeg zelf een woninkje toegewezen. En toen bleef het stil. Er kwam geen antwoord op een sms-je dat ik stuurde, en ik was juist van plan maar weer eens te bellen, toen hij zelf belde. Vanaf een druk station, want hij was op weg naar huis. “Vertel me, hoe gaat het,” riep ik boven het lawaai van een vertrekkende trein uit. “Vertel, vertel…” En hij vertelde over zijn mooie baan  dat hij het werk had dat hij het liefste deed. Hij had het zo druk. daarom was hij ook zo laat met terugbellen. Hij vertelde wat ik zo graag wilde horen, dat het goed, heel goed met hem gaat.

 (De naam Ed is gefingeerd.)


 

Design and implementation by Focusys