Dit blog...

Dini

Welkom op de website van Dini Commandeur. Als columniste heeft Dini een flink aantal columns voor verschillende bladen geschreven. Daarnaast schrijft Dini af en toe korte verhalen. Deze columns en verhalen zijn op deze website beschikbaar voor iedereen. Periodiek worden hier ook de nieuwste columns en verhalen gepubliceerd.

Archieven

01 Jan - 31 Dec 2018
01 Jan - 31 Dec 2017
01 Jan - 31 Dec 2016
01 Jan - 31 Dec 2015
01 Jan - 31 Dec 2014
01 Jan - 31 Dec 2013
01 Jan - 31 Dec 2012
01 Jan - 31 Dec 2011
01 Jan - 31 Dec 2010
01 Jan - 31 Dec 2009
01 Jan - 31 Dec 2008
01 Jan - 31 Dec 2007
01 Jan - 31 Dec 2006
01 Jan - 31 Dec 2005
01 Jan - 31 Dec 2004
01 Jan - 31 Dec 2003
01 Jan - 31 Dec 2002
01 Jan - 31 Dec 2001
01 Jan - 31 Dec 2000
01 Jan - 31 Dec 1999
01 Jan - 31 Dec 1998
01 Jan - 31 Dec 1997
01 Jan - 31 Dec 1996
01 Jan - 31 Dec 1995
01 Jan - 31 Dec 1994
01 Jan - 31 Dec 1993
01 Jan - 31 Dec 1991
01 Jan - 31 Dec 1990
01 Jan - 31 Dec 00

E-mail

Mail

Links

dini's site in english
dini's site in dutch
Veel meer columns
en nog meer columns
Leeskring
B9-Literatuur
Schrijverspunt

Zoek!

Overig

Powered by Pivot - 1.40.7: 'Dreadwind' 
XML: RSS Feed 

« Drama | Home | Hij en ik »

Troost van boven

Zondag 24 April 2011 De meesten van mijn correspondentievrienden achter de tralies zijn erg gelovig. Ik schrijf met Christenen, Moslims en Boeddhisten en er wordt veel over hun religie geschreven. Reden voor mij om eens na te denken over een artikel over geloof in gevangenschap.

Gedetineerden gaan naar kerkdiensten en krijgen naar behoefte geestelijke bijstand van de pastor, de dominee, de humanistisch raadsvrouw of de imam. “Kun jij mij eens iets over de geloofsbeleving van de gedetineerden vertellen?” vraag ik dus aan een pastor. Hij weet echter iets beters. Hij nodigt mij uit om een paar diensten bij te wonen. De diensten zijn op zaterdag. De ene week katholiek, de andere week protestants. De pastor en de dominee werken samen met vrijwilligers. Die zijn er niet alleen om de stoelen klaar te zetten en de liturgie uit te delen, maar vooral om samen met de gedetineerden deel te nemen aan de dienst. En om daarna met de mannen koffie te drinken en nog even na te praten.

Ik ga dus op een zaterdagmiddag naar een dienst, help mee de stoelen op hun plaats te zetten, en maak een praatje met de andere vrijwilligers. Als de gedetineerden binnenkomen stellen ze zich netjes aan mij voor. Ze zoeken een plaatsje, dan begint de dienst en wordt er gebeden en gezongen. Ook wordt voorgelezen door een van de gedetineerden, en door een van de vrijwilligers. Achter in de zaal zitten een paar bewaarders, een beetje verscholen achter een paar grote planten. De sfeer is ontspannen, de pastor laat Gregoriaanse muziek horen en twee jonge gedetineerden spelen gitaar en zingen een prachtig lied. Er zitten trouwens meer goede zangers tussen de kerkgangers. Ik zit tussen twee mannen met zulke mooie stemmen, dat ik ze na de dienst aanraad met anderen een koortje op te richten. Hier zit natuurtalent. Die talentenshows op de televisie kunnen per direct wel stoppen. Laten die programmamakers maar naar deze bajes komen en hier naar talent gaan speuren, ze zullen het vinden, geen twijfel mogelijk.

De pastor vertelt in zijn preek hoe men God kan ervaren. Dat dat voor iedereen verschillend kan zijn. Dat men God kan zien als een vaderfiguur, maar dat men God bijvoorbeeld ook kan ontdekken in de natuur, in een ontluikende bloem. Of in de lach van een kind, of in de liefde…

Er wordt aandachtig geluisterd, er wordt zelfs even gediscussieerd, en na de preek wordt er weer gezongen en gebeden. Als niet-kerkganger kan ik niet anders zeggen dan dat het een mooie dienst is. Dat wordt bevestigd door een jonge Surinaamse jongeman die na afloop van de dienst naast me gaat zitten. Hij wil nog geen koffie, eerst even praten. Hij vertelt dat hij naar elke kerkdienst in de bajes gaat. Hij houdt van kerkdiensten. In het Surinaamse stadje waar hij vandaan komt zijn verschillende kerken en ook een moskee. Al die godshuizen staan bij elkaar in één straat. Allemaal verschillende religies. En alle gelovigen leven in vrede met elkaar, vertelt hij. Sterker nog: als er een reparatie aan een van de godshuizen nodig is, dan zamelen álle gelovigen, van welke religie dan ook, daar geld voor in. Ik ben onder de indruk. Dat is nog eens iets anders dan het “mijn geloof is het enige ware”, idee dat zoveel mensen koesteren. “Je zou toch willen dat het overal zo respectvol toeging,” zeg ik. “Wat zou de wereld daar van opknappen.” Dat denkt hij nou ook, zegt de jongen. En dan gaat hij toch maar even koffie drinken. Een andere jongen staat bij de lessenaar met het boek te kijken, het boek waar iedereen een boodschap in mag schrijven. Ik loop naar hem toe. Hij staat daar zo verloren. Hij bladert door het boek. En vraagt of hij daar ook iets in mag schrijven. Natuurlijk mag dat, daar is dat boek voor. Hij vraagt of ik even wil blijven wachten, en schrijft iets op. Dan wil hij dat ik het lees. Ik lees een naam, een jongensnaam, en een datum. De datum van vandaag, maar met een ander jaartal. En dan vertelt de jongen dat het de naam is van een dierbare vriend. Overleden door drugsgebruik. De zesde vriend die de jongen aan drugs is kwijtgeraakt. “En het drugsgebruik is míjn probleem ook, ” zegt hij. Ik ben sprakeloos. Zo’n jongen, in de leeftijd van mijn eigen zoons… Wat voor leven heeft hij, op wat voor verleden kijkt hij terug, en wat zal de toekomst hem brengen?

De jongen vertelt over zijn vrienden. Over wat het gemis met hem doet. Het is een bijzonder gesprek. We praten over verlies, maar ook over vriendschap en genegenheid. Het is een mooi gesprek, maar ik voel me ook verdrietig en machteloos omdat ik me er weer bewust van word dat de “seriemoordenaar drugs” zoveel slachtoffers maakt.

Het is druk in de zaal, er wordt koffie gedronken, er wordt gepraat en gelachen, maar in dit deel van de ruimte is het rustig. We worden niet één keer gestoord tijdens ons gesprek. Als we tenslotte zijn uitgepraat, nemen we afscheid en wandelt de jongen weg. En ik blader door het boek waarin hij de naam van zijn overleden vriend heeft geschreven. De jongen is bepaald niet de enige die in het boek heeft geschreven. Toch mooi, zo’n boek waar je je gevoel of je gedachten in kwijt kunt. Ook ik pak de pen, met de preek van de pastor nog in mijn hoofd: “Hoe kan men God ervaren?” Als agnost kan ik dat zelf niet duidelijk stellen. Maar ik weet wel wat God voor duizenden mensen in gevangenissen overal ter wereld betekent: “God is troost,” schrijf ik in het boek. Want troost, dat kunnen veel van de mannen in deze gevangenis óók gebruiken. Als je zoveel bent kwijt geraakt, je gezin, je gezondheid, je familie, je werk, en je vrienden… En er is zoveel onzekerheid over de toekomst.

Dan is er toch voor velen nog de houvast van het geloof en de troost van boven.


 

Design and implementation by Focusys