Dit blog...

Dini

Welkom op de website van Dini Commandeur. Als columniste heeft Dini een flink aantal columns voor verschillende bladen geschreven. Daarnaast schrijft Dini af en toe korte verhalen. Deze columns en verhalen zijn op deze website beschikbaar voor iedereen. Periodiek worden hier ook de nieuwste columns en verhalen gepubliceerd.

Archieven

01 Jan - 31 Dec 2018
01 Jan - 31 Dec 2017
01 Jan - 31 Dec 2016
01 Jan - 31 Dec 2015
01 Jan - 31 Dec 2014
01 Jan - 31 Dec 2013
01 Jan - 31 Dec 2012
01 Jan - 31 Dec 2011
01 Jan - 31 Dec 2010
01 Jan - 31 Dec 2009
01 Jan - 31 Dec 2008
01 Jan - 31 Dec 2007
01 Jan - 31 Dec 2006
01 Jan - 31 Dec 2005
01 Jan - 31 Dec 2004
01 Jan - 31 Dec 2003
01 Jan - 31 Dec 2002
01 Jan - 31 Dec 2001
01 Jan - 31 Dec 2000
01 Jan - 31 Dec 1999
01 Jan - 31 Dec 1998
01 Jan - 31 Dec 1997
01 Jan - 31 Dec 1996
01 Jan - 31 Dec 1995
01 Jan - 31 Dec 1994
01 Jan - 31 Dec 1993
01 Jan - 31 Dec 1991
01 Jan - 31 Dec 1990
01 Jan - 31 Dec 00

E-mail

Mail

Links

dini's site in english
dini's site in dutch
Veel meer columns
en nog meer columns
Leeskring
B9-Literatuur
Schrijverspunt

Zoek!

Overig

Powered by Pivot - 1.40.7: 'Dreadwind' 
XML: RSS Feed 

« Boeken, boeken, boeke… | Home | Het mooiste gedicht »

Een middag in de stad

Maandag 01 Augustus 2011 Het is mooi weer en ik slenter door de stad. Het is druk in het centrum. Veel toeristen en dagjesmensen, VVV plattegrondjes in de hand, camera’s paraat. Er zijn ook veel oma’s met kleinkinderen in de stad. Dat zie je veel tijdens de schoolvakanties. Ook buiten de schoolvakanties trouwens, oma’s die een buggy voortduwen, en eerlijk is eerlijk, soms ook een opa. De rol van grootouders lijkt tegenwoordig meer en meer te veranderen. “Onze kinderen wilden kinderen, “ hoorde ik laatst een oma zeggen. “En wij zijn mede-opvoeders geworden. Tegen wil en dank, want dat is niet de bedoeling. De kinderen willen niet dat wij de kleinkinderen opvoeden, we mogen alleen op ze passen. Maar ik wil niet dat ze met schoenen op de bank staan te springen, of de hond aan de staart trekken, dus er wordt wel degelijk weer opgevoed.” Vandaag hoor ik in de stad een oma onderhandelen met haar kleinkinderen. Eerst naar het museum, daarna naar de ijssalon. De kinderen willen niet naar het museum, en ik kan ze geen ongelijk geven, het is prachtig weer. Er is een kleine dierentuin, maar die is buiten de stad. De kinderboerderij, dat zou misschien nog iets zijn, een speeltuin, kinderen moeten dollen, rennen, spelen. Maar het besluit valt: ze gaan toch naar het museum, al lijkt niet elk kleinkind daar blij mee te zijn. Het valt niet mee, vakantietijd.
Het is donderdag, dan is er altijd rommelmarkt op een plein in de stad. Antiek, curiosa, boeken. “Een euro per stuk,mevrouw, en drie voor twee euro,” prijst een verkoper aan. Hij ziet me kijken naar een boek met de titel:” Erotisch kookboek.” “Koken erotiseert, mevrouw,” zegt hij. “Nee”, verbeter ik hem. “Het is niet het koken, maar het is het bereide gerecht dat erotiseert.” En ik denk aan de dame die ik zojuist op een terras zag zitten en die met wellust een slagroompunt naar binnen werkte. Dat bedoelt de verkoper dus ook, het is de smaak van het voedsel, die erotiseert. Maar dan bekijkt hij me nog eens aandachtig, en ziet dat ik niet meer tot de jeugd der aarde behoor. “Ik heb ook wel gewone kookboeken, “ zegt hij. De boodschap is duidelijk, hij vindt me veel te oud voor het erotisch kookboek. Maar ik heb helemaal geen belangstelling voor welk kookboek dan ook, voor geen enkel boek dat hij te koop heeft, ons huis puilt uit van de boeken, momenteel. Inclusief kookboeken. Geen handel voor hem dus, geen aanschaf voor mij. Ik loop weer verder.
De zon maakt de stad feestelijk. De rekken afgeprijsde kleding lijken kleuriger, de pramen in de grachten zijn behoorlijk gevuld met verwachtingsvolle toeristen, de terrassen zijn bezet.
De mensen lijken vrolijker. Voor me lopen twee jonge vrouwen aan een ijsje te likken. Op een terras zegt een jongeman dat hij wilde dat hij een van die ijsjes was, en zijn tafelgenote plaagt dat hij nu toch eindelijk eens een originelere opmerking moet bedenken. De vrouwen giechelen en ook ik kan een glimlach niet onderdrukken, inderdaad, bedenk eens iets anders.
Een zonnige middag in de stad, overal om me heen goedgehumeurde mensen en toch weten die dames met hun ijsje míjn humeur onder het vriespunt te brengen. Ze beginnen namelijk een discussie over de honger in Afrika, terwijl ze aan hun ijsjes likken. Ze klagen over het feit dat die berichten daarover hen van de kaart brengen. Dat ze geen zielige kinderen met hun magere moeders meer kunnen zien. Ik weet niet waarom maar ik blijf achter de dames lopen en hun gesprek volgen hoewel het louter zelfkwelling is. Geven aan goede doelen doen ze niet meer, heeft geen zin, vinden ze. (Ben ik het niet mee eens, er zullen altijd rampen zijn, maar er wordt veel goeds met het geld gedaan.) Trouwens, zeggen ze, wie zegt dat het bij de juiste mensen terecht komt? (Daar wordt op gelet, er zijn anticorruptiebureaus ingericht en er worden rechters opgeleid.) “En daarbij,” zegt een van de dames, “Het leven is hier duur genoeg.” Inderdaad, het leven is niet goedkoop, maar zolang er nog geld aan vakanties, uitgaan, terrassen, computers of wat dan ook kan worden besteed, kan er ook wel iets af voor zo’n magere moeder met een doodziek kindje. Vind ik. Maar zeg dat maar eens tegen twee klagende jonge dames die anders over dit soort zaken denken en de beelden van hongerende mensen op televisie gauw wegzappen.
Een middag in de stad. Een oma die met haar kleinkinderen bespreekt wat voor leuks ze zullen gaan doen. Een gesprek met een boekenverkoper over een erotisch kookboek, vrolijke toeristen en volle terrassen. Wat een contrast met hongerend Afrika. En twee ijsjeslikkende dames die klagen dat geld geven zinloos is. Gelukkig zijn er mensen die daar anders over denken. Zoals de beiaardiers die in heel Nederland tijdens de actieweek van de Samenwerkende Hulporganisaties “We are the world “op het carillon zullen spelen. “So we all must lend a helping hand.”
 

Design and implementation by Focusys