Dit blog...

Dini

Welkom op de website van Dini Commandeur. Als columniste heeft Dini een flink aantal columns voor verschillende bladen geschreven. Daarnaast schrijft Dini af en toe korte verhalen. Deze columns en verhalen zijn op deze website beschikbaar voor iedereen. Periodiek worden hier ook de nieuwste columns en verhalen gepubliceerd.

Archieven

01 Jan - 31 Dec 2018
01 Jan - 31 Dec 2017
01 Jan - 31 Dec 2016
01 Jan - 31 Dec 2015
01 Jan - 31 Dec 2014
01 Jan - 31 Dec 2013
01 Jan - 31 Dec 2012
01 Jan - 31 Dec 2011
01 Jan - 31 Dec 2010
01 Jan - 31 Dec 2009
01 Jan - 31 Dec 2008
01 Jan - 31 Dec 2007
01 Jan - 31 Dec 2006
01 Jan - 31 Dec 2005
01 Jan - 31 Dec 2004
01 Jan - 31 Dec 2003
01 Jan - 31 Dec 2002
01 Jan - 31 Dec 2001
01 Jan - 31 Dec 2000
01 Jan - 31 Dec 1999
01 Jan - 31 Dec 1998
01 Jan - 31 Dec 1997
01 Jan - 31 Dec 1996
01 Jan - 31 Dec 1995
01 Jan - 31 Dec 1994
01 Jan - 31 Dec 1993
01 Jan - 31 Dec 1991
01 Jan - 31 Dec 1990
01 Jan - 31 Dec 00

E-mail

Mail

Links

dini's site in english
dini's site in dutch
Veel meer columns
en nog meer columns
Leeskring
B9-Literatuur
Schrijverspunt

Zoek!

Overig

Powered by Pivot - 1.40.7: 'Dreadwind' 
XML: RSS Feed 

« Laatste les | Home | Forumdag »

Lachen in Limburg

Maandag 20 Augustus 2012 Zo zoetjesaan wordt het weer voller in onze stad. De vakantietijd is voorbij, met de zon in het gezicht keert men terug, en bij sommige mensen is nu al heimwee in de ogen te zien. Een verlangen naar die verre oorden, waar het zo mooi en bijzonder is, en die zo ver van de dagelijkse beslommeringen liggen. Familieleden stuurden ons een kaart uit Namibië. 'Prachtige wonderlijke wereld hier. Groeten van een andere planeet,' stond op de kaart geschreven.
Wijzelf zijn ook weggeweest, maar bleven dichter in de buurt, wij gingen naar Zuid-Limburg. De Limburgers hebben een eigen 'volkslied' waarin men zingt dat alleen de zuiderling begrijpt hoe mooi Limburg is. Maar ik begrijp het ook, al ben ik dan een noorderling.

Wie sjoen us Limburg is
Begrip toch nemes
Allein de zuderling
Dee Limburg leef is
Want door de jaore heen
Blijf Limburg onbetwis
Dat sjtökske Nederland
Dat ’t sjoenste is
Want door de jaore heen
Blijf Limburg onbetwis
Dat sjtökske Nederland
Dat ’t sjoenste is

En wij waren dus in het sjoene Limburg. Voor de hoeveelste keer? We wandelden weer langs velden en door heuvels. We bewonderden de mooiste uitzichten en we kochten ijs bij de ijskraam in Epen. En de ijsverkoper zei zoals altijd: "Tot morgen."
In de avond zaten we op rieten stoelen naar de stroming van de Geul te kijken. Het riviertje kronkelt door de achtertuin van het hotel. Er liggen veel stenen in de Geul. Die stenen hebben de stroom van het water veranderd, maar de route van de rivier gaat ondanks die stenen toch naar de Maas.
Ons hotel is een bijzonder hotel, want er is een Boeddhistisch centrum in gehuisvest. Zonder Boeddhistische monniken overigens, er liepen althans geen mensen in oranje gewaden rond. Maar er was een tempel, en de eetzaal, tevens 'relax zaal' , droeg de naam 'Wereldvredecafé'. Men kon er thee, koffie en frisdrank krijgen. Alcohol werd niet geschonken. Het ontbijt was vegetarisch,de kaas was biologisch, de eitjes van scharrelkippen, er was romige biologische yoghurt, en het zou me niet hebben verbaasd als de melk rechtstreeks werd geleverd door de dames koe uit de weide tegenover het hotel. Er was vers fruit, er waren heerlijke broodjes, muesli, cruesli, het ontbrak ons aan niets. Het hotel was, op piepende deuren na die wel een drupje (biologische?) olie konden gebruiken, een oase van rust. In de tempel werden diensten gehouden voor het welzijn van de mens en van de wereld. Maar niet alleen was er een Boeddhistisch gebedshuis. In de straat van ons hotel is ook een imposante Rooms-katholieke kerk. En overal in de omgeving zijn kapelletjes en kruisbeelden. Men kan op veel plaatsen terecht, voor meditatie of gebed. Alsof de Heer, Maria en Boeddha een samenwerkingsproject zijn gestart om het spirituele leven in deze streek een 'boost' te geven.

Na enkele dagen gingen we bij vrienden op bezoek, Jo en Ineke. Zij wonen in de buurt van 'ons' vakantiegebied, en het was fijn om hen weer te ontmoeten. Ik ontdekte dat ik contact met andere mensen had gemist. Bij Jo en Ineke kon ik weer ongegeneerd lang babbelen en wat vooral belangrijk was: er werd gelachen. Dat had ik al dagen niet gedaan. In ons hotel was het personeel vriendelijk en behulpzaam, maar niet echt spraakzaam en het leek net alsof er een verbod op lachen was. En ook de hotelgasten keken altijd zo ernstig. Tijdens het ontbijt spraken echtparen of reisgenoten met elkaar op gedempte toon. Contact tussen de gasten onderling was er niet. Er kon zelfs nauwelijks een groet af. Ik vond het intrigerend. Wat zou de reden zijn van deze afstandelijkheid in het Wereldvrede café? Is het niet zo dat, als mensen aardig voor elkaar zijn, en contact met elkaar zoeken, dát juist het begin kan zijn van de wereldvrede? Voor de hele wereld is dat wellicht teveel gevraagd, maar voor het kleine stukje van de wereld, in en rond het hotel, bijvoorbeeld… Het zou toch haalbaar moeten zijn om daar de vrede te bewerkstelligen, of op z'n minst elkaar vriendelijk te groeten. Maar hoe kan vrede ontstaan zonder contact, en zonder lach?
Ik peinsde daarover terwijl we later op een bank op de Gulperberg zaten. Aan de voeten van het Mariabeeld. Voor ons lag de stad, er omheen het prachtige landschap. Wat een mooi uitzicht. En wat een zalig weer. Zonnig, maar niet te warm. Er was verder niemand hierboven, alleen wat schapen en een paar vogels. En Maria. Maria mocht trouwens wel eens geschrobd worden, zag ik. Er groeide mos op haar kleed.
Het was een prachtige avond, en de oranjegekleurde zon ging onder met de belofte voor weer een volgende mooie dag. Ik zat op die bank op de Gulperberg en dacht aan het met mosbegroeide kleed van het Mariabeeld, en aan de kapelletjes, kruisbeelden en kerken die we constant zagen. Hoe lang zou dit alles blijven bestaan, met de ontkerkelijking van deze tijd? Overal in het land hadden kerken andere bestemmingen gekregen, een kantoor, een boekwinkel, een moskee, een atelier voor kunstenaars… Zou er ooit een tijd komen, waarin ook de kruisbeelden en kapelletjes zouden verdwijnen?

Zouden de oude legendes over bokkenrijders en heiligen in de toekomst nog wel worden verteld? Zou de Bourgondische leefwijze wel blijven, en zou de Limburgse goedmoedigheid en de humor wel stand kunnen houden in een andere cultuur?

Op een bank op de Gulperberg zat ik te doemdenken over de toekomst. Als iets onverstandig is, dan is het doemdenken in een mooie omgeving. En het was zulk mooi weer, en de avondlucht rook zo lekker. Wat bezielde me toch om zulke naargeestige gedachten te hebben. Maar de ernst in het hotel, het niet aanwezig zijn van een lach, van humor, dat zat me dwars. Men kan nóg zo de wereldvrede willen bewerkstelligen, een wereld zonder lach is treurig. Op een lachloze planeet, een wereld zonder humor, daar kan geen mens gedijen.
Maar toch zei ik een dag later tegen een meneer in de trein van Valkenburg naar 'ons' dorp dat hij maar beter nooit meer kon lachen. Die medereiziger had ons uitgebreid verteld over een ongeluk dat hij ooit had gehad. Hij had heel lang in coma gelegen, en bijna alles in zijn lijf wat maar kon breken was gebroken. Op drie ribben na, die waren niet gebroken, maar gekneusd. Terwijl de stoptrein al op ons stationnetje stilhield, vertelde hij nog gauw dat die gekneusde ribben na al die tijd nog zo'n pijn konden doen. Vooral als hij lachte. "Dan moet u nooit meer lachen," adviseerde ik, en na dit niet-gemeend advies barstte hij in lachen uit. "Niet doen, niet doen, "riep ik nog. Maar hij zei in een adempauze dat hoewel het hem pijn deed, hij altijd zou blijven lachen, tot aan zijn dood. En zelfs toen we al waren uitgestapt kon ik zijn schaterlach nog horen.
Mijn angst dat de lach in Limburg ooit verdwijnen zal is ongegrond. Zolang er Limburgers zijn zal er gelachen worden. Nee, Limburg is geen wondere wereld, geen andere planeet, zoals op een vakantiekaart uit Namibië stond geschreven, Maar Limburg is wel het sjtökske Nederland, waar boeddhisten bidden voor de wereldvrede, waar veel kaarsjes worden gebrand voor het welzijn van heel veel mensen, waar het zo heerlijk kan ruiken naar gemaaid gras. Het land van de fritures, het land waar de uitzichten grandioos zijn. En waar iemand in de trein van Valkenburg naar Heerlen zei dat hij altijd zal blijven lachen.
 

Design and implementation by Focusys