Dit blog...

Dini

Welkom op de website van Dini Commandeur. Als columniste heeft Dini een flink aantal columns voor verschillende bladen geschreven. Daarnaast schrijft Dini af en toe korte verhalen. Deze columns en verhalen zijn op deze website beschikbaar voor iedereen. Periodiek worden hier ook de nieuwste columns en verhalen gepubliceerd.

Archieven

01 Jan - 31 Dec 2018
01 Jan - 31 Dec 2017
01 Jan - 31 Dec 2016
01 Jan - 31 Dec 2015
01 Jan - 31 Dec 2014
01 Jan - 31 Dec 2013
01 Jan - 31 Dec 2012
01 Jan - 31 Dec 2011
01 Jan - 31 Dec 2010
01 Jan - 31 Dec 2009
01 Jan - 31 Dec 2008
01 Jan - 31 Dec 2007
01 Jan - 31 Dec 2006
01 Jan - 31 Dec 2005
01 Jan - 31 Dec 2004
01 Jan - 31 Dec 2003
01 Jan - 31 Dec 2002
01 Jan - 31 Dec 2001
01 Jan - 31 Dec 2000
01 Jan - 31 Dec 1999
01 Jan - 31 Dec 1998
01 Jan - 31 Dec 1997
01 Jan - 31 Dec 1996
01 Jan - 31 Dec 1995
01 Jan - 31 Dec 1994
01 Jan - 31 Dec 1993
01 Jan - 31 Dec 1991
01 Jan - 31 Dec 1990
01 Jan - 31 Dec 00

E-mail

Mail

Links

dini's site in english
dini's site in dutch
Veel meer columns
en nog meer columns
Leeskring
B9-Literatuur
Schrijverspunt

Zoek!

Overig

Powered by Pivot - 1.40.7: 'Dreadwind' 
XML: RSS Feed 

« De blaadjes vallen | Home | Otterleed door otterl… »

Woord en Waarheid

gepubliceerd in de bundel 'Wat je saeye, wat je maeye' Zondag 26 Oktober 2014 Zoals gewoonlijk had hij doelloos door de stad gezworven en was uiteindelijk op het station terecht gekomen, waar hij zomaar een dagkaartje had gekregen van iemand die zijn reisplan had moeten afgelasten. Hij stapte in de eerste de beste trein. Hij had immers geen doel, het was hem om het even waar de trein naar toe reed.
Hij zat tegenover een mevrouw die duidelijk zin had in een praatje en hij voldeed aan die behoefte door het verhaal van zijn vriendin Ella te vertellen. Ella was dood. Na een ellendig leven gestorven aan een overdosis. Meestal was zijn verhaal aanleiding voor medeleven en kreeg hij iets toegestopt. En ook nu pakte de vrouw, voor ze op haar bestemming arriveerde en de trein uitstapte, haar beursje en gaf hem tien euro voor een paar nachten slaaphuis. Hij nam het in dank aan. De trein reed verder en tenslotte stapte hij uit op het eindpunt. Daar stond hij. Op het station van een stad waar hij nooit eerder was geweest. Een vriendelijk echtpaar wees hem de weg naar het centrum en even later slenterde hij door een smalle straat en zag een kerk die nu niet meer als kerk diende maar blijkbaar als theater en poppodium. Een dame van middelbare leeftijd kwam naast hem staan. Een 'hippie' dame, constateerde hij. Lang rood krulhaar, lange roze jurk, lange paarse sjaal met franje. Ze begon een gesprek over de kerk als theater. Ze vond dat passend, kerkdiensten waren toch meestal theater, zei ze. "Gelooft u helemaal niet?" vroeg hij nieuwsgierig. "Nee," zei ze. "Misschien ben ik agnost, maar nee..." zei ze na enig nadenken. "Ik denk dat ik toch atheïst ben. Maar ik geloof wél in het geweten. Het geweten kan een mens beter sturen dan welk geloof dan ook. Ja, ik geloof wel in het goede van de mens." Ze discussieerden nog even over het besef van goed en kwaad en ook over het gebrék aan een geweten. Toen begon hij over Ella en hij zei dat hij hoopte dat ze zich toch in een soort van hemel bevond. Dat zou mooi zijn na zo'n moeizaam leven, vond mevrouw dat ook niet? Mevrouw zei dat ze dat een mooie gedachte vond, maar dat ze echt niet zeker was van het bestaan van de hemel. Toch leverde de discussie hem weer tien euro op voor het slaaphuis. Zodat hij de komende nachten er in elk geval wél zeker van was dat hij een dak boven zijn hoofd had, zei ze. Al pratende borg ze haar portemonnee weer op zonder zijn vingervlugheid op te merken. Voor de ritssluiting van haar tas dicht was, zat de portemonnee al in zijn jaszak. Ze namen afscheid, en hij vervolgde zijn weg. Hij kon hier nu echt wel een nachtje blijven. De stad bekijken en hopen op meer aardige, naïeve dames. Het trieste verhaal van Ella werkte goed. En wat gaf het dat Ella een verzinsel was, een fantasietje dat hij gebruikte als hij geld nodig had. Ella had nooit bestaan, maar wat kwam ze soms toch goed van pas, dacht hij grinnikend. Hij liep door het oude centrum, bedacht dat hij wel wat langer dan maar één nacht kon blijven. Hij woonde zelf in een mooie stad, maar deze binnenstad was zeer de moeite waard. Hij keek omhoog, naar de gevels van historische panden en bleef toen staan om de tekst op een gevelsteen te lezen. Met zijn ogen knipperend las hij de woorden. En nog eens en nog eens. Toen haalde hij diep adem en dacht aan de vrouw bij de kerk. De vrouw die niet in een God geloofde maar wel in het goede van de mens, in het geweten. Hij keek om zich heen. Waar zou ze zijn? Hij had gezien dat ze net als hij deze straat in was gelopen. Misschien kon hij haar nog vinden. Hij meende in de verte haar sjaal te zien wapperen, en begon te rennen met haar portemonnee in zijn hand. Hij rende alsof zijn bestaan er van af hing. Maar het was niet om zijn bestaan dat hij haar wilde bereiken. Hij wilde haar portemonnee teruggeven en ook de tien euro. Hij wilde haar de waarheid vertellen over Ella. Onder het rennen herhaalde hij hijgend de tekst op de gevelsteen, de woorden waardoor zijn geweten weer tot leven was gekomen:

Die door Bedroch zijn naaste schent

Die woord en waarheid bits ontkent

En met zijn tong het hert beliegt

Zijn Ziel, maar Godt hij niet bedriegt.


 

Design and implementation by Focusys