Dit blog...

Dini

Welkom op de website van Dini Commandeur. Als columniste heeft Dini een flink aantal columns voor verschillende bladen geschreven. Daarnaast schrijft Dini af en toe korte verhalen. Deze columns en verhalen zijn op deze website beschikbaar voor iedereen. Periodiek worden hier ook de nieuwste columns en verhalen gepubliceerd.

Archieven

01 Jan - 31 Dec 2017
01 Jan - 31 Dec 2016
01 Jan - 31 Dec 2015
01 Jan - 31 Dec 2014
01 Jan - 31 Dec 2013
01 Jan - 31 Dec 2012
01 Jan - 31 Dec 2011
01 Jan - 31 Dec 2010
01 Jan - 31 Dec 2009
01 Jan - 31 Dec 2008
01 Jan - 31 Dec 2007
01 Jan - 31 Dec 2006
01 Jan - 31 Dec 2005
01 Jan - 31 Dec 2004
01 Jan - 31 Dec 2003
01 Jan - 31 Dec 2002
01 Jan - 31 Dec 2001
01 Jan - 31 Dec 2000
01 Jan - 31 Dec 1999
01 Jan - 31 Dec 1998
01 Jan - 31 Dec 1997
01 Jan - 31 Dec 1996
01 Jan - 31 Dec 1995
01 Jan - 31 Dec 1994
01 Jan - 31 Dec 1993
01 Jan - 31 Dec 1991
01 Jan - 31 Dec 1990
01 Jan - 31 Dec 00

E-mail

Mail

Links

dini's site in english
dini's site in dutch
Veel meer columns
en nog meer columns
Leeskring
B9-Literatuur
Schrijverspunt

Zoek!

Overig

Powered by Pivot - 1.40.7: 'Dreadwind' 
XML: RSS Feed 

« Selfie | Home | Onder een paraplu »

Op bezoek in Amerika

Verslag van een bezoek aan een Amerikaanse terdoodveroordeelde. Zondag 27 Augustus 2017 Bijna zeventien jaar schrijf ik met langgestraften en terdoodveroordeelden in Amerika. En soms ga ik op bezoek in de States. Nu is het weer zover. Samen met mijn reisgenote, andere bezoekers en een bewaarder loop ik door de kooigang naar het gebouw van de terdoodveroordeelden.

De kooigang is een lang pad, omgeven door gaas, prikkeldraad en misschien ook schrikdraad, maar dat ga ik niet uitproberen. Rechts van ons zijn grasveldjes en de gebouwen van de langgestraften. In een van die gebouwen zaten eerder gevangenen met een stoornis. Psychiatrische patiënten die nu blijkbaar zijn overgeplaatst naar een ander gebouw. Links van ons is het gebouw met de dodencellen, Death Row. Even sta ik stil tussen de voormalige afdeling van de psychiatrische patiënten en Death Row. Dit is een omgeving waar de waanzin nog steeds rondwaart en de dood altijd op de loer ligt. Ik kijk naar de celramen van Death Row. Achter een van de hoekramen zit of zat een van de gevangenen die ik niet bezoek, maar met wie ik wel schrijf. Zijn doodstraf is pas omgezet in levenslang. 'Vanwege mijn zwakbegaafdheid,' schreef hij opgewekt. Zou hij hier nu nog zitten, of zou hij inmiddels zijn overgeplaatst? Later zal ik horen dat hij net is vertrokken naar een andere gevangenis, na 35 jaar op Death Row. Ik zal hem dus nooit ontmoeten. Althans niet in deze gevangenis waar ik nu mijn correspondentievriend William ga bezoeken en waar ik me  samen met de andere bezoekers vrijwillig een aantal uren laat opsluiten. Want als we tenslotte op onze bestemming arriveren, zijn alle traliedeuren achter ons weer stevig op slot.

In Amerika zijn veel gevangenissen met bezoeken achter glas. Een hand schudden, een knuffel, het is er niet bij. In Texas bijvoorbeeld mag een terdoodveroordeelde die wordt geëxecuteerd, pas na zijn dood door zijn familie worden aangeraakt. Maar familie en vrienden mogen de terdoodveroordeelde wél kort voor de executie bellen. Een paar jaar geleden hoorde ik, een kwartier voor hij naar de executiekamer werd gebracht, voor het eerst de stem van Manuel, mijn correspondentievriend in Texas. Een 'goodbye' gesprek, waarvan ik me vooral herinner dat we ergens heel hard om moesten lachen. En Manuel zei dat het, zelfs met de dood zo dichtbij, goed was om te lachen.

In de gevangenis waar ik nu ben, wordt in de bezoekzaal ook veel gelachen. Dit is geen Texas. Hier hoeven we niet achter glas. Er is ook geen slangentafel zoals in Nederlandse gevangenissen. We zitten aan stalen tafeltjes en op aan de vloer gelaste krukjes. De bezoektijd is van 9.00 uur 's ochtends tot 15.00 's middags. Maar later binnenkomen en eerder vertrekken kan altijd. De sfeer in de bezoekzaal is goed. Er wordt dus gelachen en er wordt gepraat en door de zaal gewandeld. Men kan kaarten, scrabbelen, schaken of dammen. Voor de kinderen zijn er kinderspelletjes en kleurboeken. Gelovige gevangenen en hun bezoekers kunnen in de Bijbel, Koran, of Thora lezen. Jehova's, Christenen, Moslims en Joden zitten dicht bij elkaar en laten elkaar vredig in hun waarde.

Erg belangrijk is het voedsel. De bezoekers mogen vijftig dollar mee naar binnen nemen, en daar valt veel lekkers mee te scoren. Zodra de gevangenen na negenen binnen druppelen, ontstaat er al gauw een rij voor het loket waar men inkopen kan doen. En daarna is er een run op de magnetrons. Iedereen wil een warm ontbijt. Hier geen boterham met kaas of hagelslag, maar broodjes met sausijsjes. En grits, een pap van maisgriesmeel. Na het ontbijt volgt vrij snel de lunch, met noodles en cheeseburgers. Dit krijgt men alleen tijdens bezoekuren en het is een genot om te zien hoe de gevangenen smikkelen en smullen. En ondertussen wordt er goed voor de bezoekers gezorgd. Als ik graag thee wil, zet William een bekertje water in de magnetron, en vraagt hij drie medegevangenen die bij de magnetrons staan erop te letten dat het water gaat borrelen. Hijzelf haalt intussen een theezakje. En ik kijk toe hoe drie mannen in oranje jacks door het magnetronglas gluren. Drie mannen die ooit zo'n zwaar misdrijf hebben gepleegd dat de rechter ze tot de doodstraf veroordeelde. En die nu aandachtig door het magnetronruitje turen en wachten tot mijn theewater kookt.

Een mens is meer dan zijn misdrijf. Ik zie het aan de theewatermannen. Ik zie het aan de bezoekers als ze de gevangenen begroeten. Ik zie het aan de kleine kinderen die enthousiast in de oranje armen van hun vader springen. En ik zie het aan de moeders van terdoodveroordeelden. "Ik heb hem niet op de wereld gezet, om hier te eindigen," zei een van hen. Ze begreep niet hoe het zo mis had kunnen gaan. En toen, fel: "Maar het is een goede jongen." En ik knikte, met dichte keel, sprakeloos door haar onmacht en verdriet.

Er zijn ook andere families. Die niet weten wat ze moeten zeggen. Ook nu is er zo'n familie die geen gesprek op gang weet te brengen en dus maar chips eet. De jongste, een jongetje van een jaar of twaalf, draagt een veel te groot T-shirt met de tekst 'I'm almost single'. Niemand van de zwijgzame familie schenkt aandacht aan hem. Hij is dat blijkbaar gewend, want hij praat in zichzelf, en maakt daarbij ongecontroleerde bewegingen. Arm kind.

Zo gaan de uren voorbij. Mijn reisgenote en ik zitten niet de hele bezoektijd uit, tot genoegen van onze correspondentievrienden. Ze zijn moe door een slechte nacht en teveel eten. Ze willen uitbuiken en slapen. En wij willen naar buiten. Amerika is meer dan een gevangenis, per slot. Er is veel te zien en te doen, en de zon schijnt. Nu lopen we opnieuw onder begeleiding van een bewaarder door de kooigang, maar nu naar de uitgang. We gaan door controles en traliehekken en tenslotte staan we weer buiten in het land van vrijheid zoals Amerika wel wordt genoemd.


 

Design and implementation by Focusys