Dit blog...

Dini

Welkom op de website van Dini Commandeur. Als columniste heeft Dini een flink aantal columns voor verschillende bladen geschreven. Daarnaast schrijft Dini af en toe korte verhalen. Deze columns en verhalen zijn op deze website beschikbaar voor iedereen. Periodiek worden hier ook de nieuwste columns en verhalen gepubliceerd.

Archieven

01 Jan - 31 Dec 2018
01 Jan - 31 Dec 2017
01 Jan - 31 Dec 2016
01 Jan - 31 Dec 2015
01 Jan - 31 Dec 2014
01 Jan - 31 Dec 2013
01 Jan - 31 Dec 2012
01 Jan - 31 Dec 2011
01 Jan - 31 Dec 2010
01 Jan - 31 Dec 2009
01 Jan - 31 Dec 2008
01 Jan - 31 Dec 2007
01 Jan - 31 Dec 2006
01 Jan - 31 Dec 2005
01 Jan - 31 Dec 2004
01 Jan - 31 Dec 2003
01 Jan - 31 Dec 2002
01 Jan - 31 Dec 2001
01 Jan - 31 Dec 2000
01 Jan - 31 Dec 1999
01 Jan - 31 Dec 1998
01 Jan - 31 Dec 1997
01 Jan - 31 Dec 1996
01 Jan - 31 Dec 1995
01 Jan - 31 Dec 1994
01 Jan - 31 Dec 1993
01 Jan - 31 Dec 1991
01 Jan - 31 Dec 1990
01 Jan - 31 Dec 00

E-mail

Mail

Links

dini's site in english
dini's site in dutch
Veel meer columns
en nog meer columns
Leeskring
B9-Literatuur
Schrijverspunt

Zoek!

Overig

Powered by Pivot - 1.40.7: 'Dreadwind' 
XML: RSS Feed 

« Een nieuwe tijd | Home | HERE WE GO »

In de maatschappij

Interface 2008 nummer 1 Zaterdag 15 Maart 2008 Zoals elke ochtend zit er weer behoorlijk wat mail in de mailbox en een ervan is van een vriendin die meldt dat ze bij een sollicitatie bij de tweede ronde is gekomen en of we willen duimen voor een goed vervolg. En al staat er nog helemaal niets vast, ze is al heel erg blij met dit resultaat, schrijft ze. Want ze is een tijdje thuis geweest en het voelt goed om weer aan de slag te kunnen gaan, om opnieuw deel uit te gaan maken van de maatschappij.

De hele morgen blijf ik die woorden herkauwen: deel uitmaken van de maatschappij. Het voelt een beetje vreemd aan, die zin. Want die vriendin maakt immers al deel uit van de maatschappij. Iedereen maakt toch deel uit van de maatschappij?

Tijdens de lunch kijk ik naar een Fries tv-programma: Een mevrouw in de trein van Leeuwarden naar Groningen wordt geïnterviewd. Wat ze doet voor de kost, vraagt de interviewer. Maar mevrouw werkt niet. Ze vertelt dat ze is getrouwd, twee tienerzoons heeft en het huishouden doet. Verder is ze veel bezig in de tuin. En tennist ze drie keer per week. En ze houdt ook veel van lezen.

De hele dag blijven de dame in de trein en de vriendin van de sollicitatie in mijn hoofd rondspoken. In de tuin werken, lezen, drie maal per week balletjes slaan. Een sollicitatie, een uitdagende baan. Twee vrouwen van dezelfde generatie, maar een groter verschil in leefstijl is bijna niet denkbaar.

Een baan, werk. Onwillekeurig moet ik denken aan Amerika, waar mensen soms wel twee of drie banen hebben. Werk is daar zo belangrijk. Ook mij wordt, als we in Amerika zijn, altijd dezelfde vraag gesteld die de interviewer aan de mevrouw in de trein stelde: wat doe je voor de kost? En men is stomverbaasd als ik zeg dat ik geen werk heb. “Voortaan moet je zeggen: ‘I’m writing column’s ‘”, adviseerde een kennis. Ja, ik schrijf columns, daar is geen woord van gelogen, al verdien ik er mijn brood niet mee. Dus toen we vorig jaar weer naar Amerika gingen en de eerste de beste persoon, de douanebeambte, aan me vroeg wat mijn “profession” was, zei ik dat ik columns schreef. De man was onder de indruk, maar later schoot me te binnen dat ik ook had kunnen zeggen dat ik in de sociale sector werk. Want die columns vullen de dagen niet, maar ander schrijfwerk, en vrijwilligerswerk maken de dagen soms te kort. Misschien is werken in de sociale sector in de ogen van zo’n douanebeambte minder interessant dan writing columns, maar toch, ik had het kunnen zeggen.

’s Avonds belt Ineke. Dat is fijn, want Ineke woont in het zuiden van het land. We zien elkaar dus niet zo vaak, en het is altijd leuk om elkaar via de telefoon te spreken.

Eerst vragen we elkaar altijd hoe het met de gezondheid gaat. Ik heb nog steeds regelmatig last van migraine, wil daarom graag een ander hoofd, en Ineke zou liever een compleet ander lichaam willen. Want zij heeft een spierziekte, die haar veel pijn bezorgt. Als Ineke en ik elkaar bellen, dan klagen we meestal eerst heel even over ons gebrek aan gezondheid. Daarna volgt de lol, want we hebben altijd veel plezier tijdens de telefoongesprekken. Maar deze keer vertel ik Ineke over het mailtje van de vriendin die op sollicitatie is geweest en over haar gevoel weer in de maatschappij te staan. Ik vraag Ineke hoe zij dat ervaart, en of zij zich door haar gezondheidsproblemen buiten de maatschappij geplaatst voelt. Zelf heb ik dat gevoel nooit gehad, en Ineke ook niet. Maar de maatschappij heeft dat gevoel wel met ons, zegt ze. Dat is dan echter een probleem van de maatschappij. Die maatschappij die zoveel van ons verwacht. Vooral van de vrouwen, de jonge moeders, die werken, vliegen en draven, om maar niet buiten de boot te vallen. En de baanloze vrouwen van de generatie van Ineke en mij die zich vaak het schompes werken voor niks met huishouden, vrijwilligerswerk, mantelzorg, oppaswerk van de kleinkinderen.

Het gevoel te hebben buiten de maatschappij te staan kennen Ineke en ik dus niet. We maken volop deel uit van de maatschappij. Want al hebben we geen baan, en missen we daardoor de sociale kant en collega’s, interessante discussies zijn ook te voeren in de rij voor de kassa in de supermarkt. En een ritje in de bus kan ook boeiend zijn. Wildvreemde mensen vertellen je soms zomaar hun levensverhaal. Ineke en ik mogen dan onze slechte dagen hebben, we voelen ons absoluut deel uitmaken van de maatschappij. Als we boodschappen doen, als we bij iemand op bezoek gaan naar wie niemand anders omkijkt. Als we tijdens onze telefoongesprekken in een handomdraai de wereldproblemen oplossen. Zelfs als we gewoon aan de telefoon de slappe lach krijgen maken we deel uit van de maatschappij.

Het gaat dus om het gevoel. Iemand die een poosje niet heeft gewerkt, en zich pas een waardevol lid van de samenleving voelt als hij of zij een mooie baan heeft, doet er inderdaad goed aan zo snel mogelijk weer aan het werk te gaan.

Maar er is ook niets mis met iemand die haar dagen vult met tennissen, tuinieren, lezen, en thuis te zijn voor twee tienerzoons. Dat hoort ook bij onze maatschappij.

Ineke en ik zijn baanloos, en toch door ons vrijwilligerswerk niet werkloos. Maar mocht er zoiets als reïncarnatie bestaan dan zouden we, als we na onze dood terugkomen in een nieuw leven, misschien toch voor een glanzende carrière kiezen. Gewoon om te weten hoe dat voelt. “Terugkomen in een nieuw leven, best,”zegt Ineke, “Maar dan wel met een pijnloos lijf, anders hoeft het voor mij niet. “ En voor mij ook niet. Want dan blijven we liever waar we zijn. En geinen we verder in die maatschappij waar het alleen maar mooi is, zonder druk, zonder doelstellingen, en vooral zonder stress en zonder pijn. Hemelser kan het niet, toch?

Dini Commandeur


 

Design and implementation by Focusys