Dit blog...

Welkom op de website van Dini Commandeur. Als columniste heeft Dini een flink aantal columns voor verschillende bladen geschreven. Daarnaast schrijft Dini af en toe korte verhalen. Deze columns en verhalen zijn op deze website beschikbaar voor iedereen. Periodiek worden hier ook de nieuwste columns en verhalen gepubliceerd.

Archieven

01 Jan - 31 Dec 2020
01 Jan - 31 Dec 2019
01 Jan - 31 Dec 2018
01 Jan - 31 Dec 2017
01 Jan - 31 Dec 2016
01 Jan - 31 Dec 2015
01 Jan - 31 Dec 2014
01 Jan - 31 Dec 2013
01 Jan - 31 Dec 2012
01 Jan - 31 Dec 2011
01 Jan - 31 Dec 2010
01 Jan - 31 Dec 2009
01 Jan - 31 Dec 2008
01 Jan - 31 Dec 2007
01 Jan - 31 Dec 2006
01 Jan - 31 Dec 2005
01 Jan - 31 Dec 2004
01 Jan - 31 Dec 2003
01 Jan - 31 Dec 2002
01 Jan - 31 Dec 2001
01 Jan - 31 Dec 2000
01 Jan - 31 Dec 1999
01 Jan - 31 Dec 1998
01 Jan - 31 Dec 1997
01 Jan - 31 Dec 1996
01 Jan - 31 Dec 1995
01 Jan - 31 Dec 1994
01 Jan - 31 Dec 1993
01 Jan - 31 Dec 1991
01 Jan - 31 Dec 1990
01 Jan - 31 Dec 00

E-mail

Mail

Links

dini's site in english
dini's site in dutch
Veel meer columns
en nog meer columns
Leeskring
B9-Literatuur
Schrijverspunt

Zoek!

Overig

Powered by Pivot - 1.40.7: 'Dreadwind' 
XML: RSS Feed 

« De lessen van de lidc… | Home | Een nieuw jaar »

Een kerstsprookje

Een variatie op het verhaal 'Scrooge' van Charles Dickens Zondag 22 December 2019 Het was 24 december en op de hele wereld waren mensen bezig zich voor te bereiden op het kerstfeest. En ergens, ver buiten het aardrijk, stonden de engelen van de Orde der Vrouwelijke Beschermengelen (afdeling Nederland) klaar voor hun decemberreis naar de aarde.

Om daar hulp en ondersteuning te bieden aan ieder die het nodig had. December mocht dan voor velen een feestmaand zijn, voor anderen was dit de moeilijkste periode van het jaar. De engelen stonden dan ook te trappelen om aan de slag te gaan, maar het Hoofd van de Orde vroeg nog even de aandacht. “De tijden veranderen in een hoog tempo,” zei ze. “Het wordt steeds drukker op aarde, en er zijn steeds meer mensen met grote problemen. En velen lijden aan eenzaamheid. Dat wordt langzamerhand een epidemie. De reguliere hulpverlening kan het werk nauwelijks meer aan, en veel mensen worden niet geholpen. Om zo veel mogelijk hulpbehoevenden bij te staan moeten jullie dus snel werken, maar wel alles doen wat nodig is.” De beschermengelen knikten instemmend. “Dat het zó mag geschieden,” zei het Hoofd, en de engelen herhaalden in koor: “Dat het zó mag geschieden.”

De beschermengelen deden hun werk snel en vakkundig. Ze pikten hulpsignalen op, en waren snel ter plaatse. Meestal in hun onzichtbare engelengedaante, maar als het nodig was transformeerden ze zich in een menselijke gedaante. Ze hadden het druk, en als ze elkaar toevallig tegen kwamen klaagden ze over de verkeersdrukte. “Het is een zootje,” zeiden ze. Maar toch hadden ze, door op tijd te waarschuwen, al diverse ongelukken kunnen voorkomen. Nooit wist men waar die waarschuwingen plotseling vandaan kwamen. Intuïtie, of een innerlijk stemmetje, werd er dan gedacht. “Luisterden ze maar vaker naar die ‘innerlijke stemmetjes,” zei de beschermengel Victoria vinnig. “Dat zou ons veel werk besparen.” Toen vloog ze weer weg, want ze hoorde een hulpvraag vanuit een gevangenis.

De kerkzaal van de gevangenis van waaruit Victoria het hulpsignaal had opgevangen was alweer leeg. Maar niet lang daarvoor was er een prachtige kerstdienst geweest met zang en muziek van de gevangenisband. Jacob, een van de gedetineerde kerkgangers, zat intussen een ontsnappingsplan te bedenken. Hij was echt wel van plan om weer terug te komen en zijn straf uit te zitten, maar hij moest nu zo snel mogelijk met zijn ex-vriendin, Marieke praten. Hij bedacht dat hij, als de dienst was afgelopen, met de kerkvrijwilligers mee naar buiten kon lopen. Maar de kans was klein dat dat zou lukken. Bewaarders hebben doorgaans geen zand in de ogen, zij zouden heus wel merken dat er een gedetineerde tussen de vrijwilligers liep. En de kerkvrijwilligers zelf zouden hem echt niet stiekem naar buiten loodsen. En dan hingen er ook nog her en der camera’s. Ontsnappen was onmogelijk en gefrustreerd lag hij even later in zijn bed te bedenken hoe hij zijn ex kon bereiken. Was er nu niemand die hem kon helpen? Terwijl hij afleiding zocht op het tv scherm waar een kerstkoortje ‘All I want for Christmas is you’ zong, landde Victoria in zijn cel. En voor hij wist vlogen ze samen boven de stad, onzichtbaar voor iedereen. Jacob dacht dat hij droomde en hoewel hij weleens vaker een vliegdroom had, was het wel bijzonder dat hij deze keer met een engel kon communiceren. Er ontstond zelfs een beetje geharrewar toen hij, alsof hij in een taxi zat, het adres van Marieke opgaf. Victoria zei dat ze eerst ergens anders naartoe gingen. Hij was het daar niet mee eens, en voelde dat hij driftig werd. Maar dankzij de oefeningen van de training ‘agressiebeheersing’ ebde die driftbui weg.

Eerder die dag had hij bezoek gehad van een vriend. Die had hem verteld dat hij onlangs Marieke was tegengekomen. Ze was hoogzwanger. Jacob liet het nieuws bezinken. Sloeg daarna aan het rekenen en kwam tot de conclusie dat de baby zíjn kind zou kunnen zijn. Vanaf dat moment wilde Jacob nog maar één ding: met Marieke praten. Maar hij had het zo bij haar verbruid, zij zou nooit bij hem op bezoek komen. Dus moest hij naar haar toe. Maar die engel had blijkbaar iets anders voor hem in petto. Ze vlogen de stad uit, en landden uiteindelijk in het dorp van zijn jeugd.

De engel spaarde hem niet. Ze liet hem zijn kindertijd zien en hij zag zichzelf als kleuter en schooljongen. Eerst was het goed en veilig. Maar later kwamen de zware jaren met een vader die steeds meer ging drinken en zijn agressie niet kon beteugelen. Hij voelde opnieuw de angst toen hij zag dat zijn vader om niets tekeer ging. Hij voelde opnieuw de harde handen die hem en zijn broertje raakten waar ze maar konden. Hij zag zijn zachtaardige moeder, die tussen haar man en haar zoontjes sprong om de klappen op te vangen. Hij zag hoe ze met z’n drieën op een nacht heel stil het huis verlieten om in een andere plaats een nieuw bestaan op te bouwen. Zijn vader raakte daarna aan lager wal. Dat was de schuld van zijn moeder, zei zijn vader altijd in de spaarzame gesprekken met Jacob. Zíj was weggegaan, zíj had er voor gezorgd dat hij daardoor nóg meer ging drinken. Zij deugde niet. Nooit vroeg zijn vader zich af of hij zélf wel een goede echtgenoot en een leuke vader was geweest. En op een gegeven moment verdween hij uit hun leven, tot opluchting van Jacob, zijn moeder en zijn broertje.

Nu bracht de engel hem in een andere tijd. Jacob en Marieke. En de drank. Zijn moeder vergeleek hem met zijn vader. “Je gaat diezelfde kant uit, jongen. En je weet wat de gevolgen kunnen zijn,” waarschuwde ze. Ja, hij wist het, maar hij kon zijn verslaving niet de baas. Hij kreeg verscheidene boetes voor rijden onder invloed, en toen hij iemand aanreed, vond de rechter dat hij maar eens een poosje de gevangenis in moest. Hij was het daar niet mee eens. Ja, hij had een paar borrels op, toen hij in de auto stapte. Ja, hij had iemand aangereden, maar de verwondingen van de chauffeur vielen best mee, toch? En trouwens, die aanrijding was de schuld van de politieagenten. Als die niet achter hem aan hadden gezeten, was er niets gebeurd. Zijn moeder zat later verdrietig en hoofdschuddend in de bezoekzaal toen ze hem zo hoorde praten. “Kijk eens goed naar jezelf, jongen. En ook naar het verleden.”

“Je moeder had helemaal gelijk,’ zei de engel Victoria. “We gaan nog even verder in de tijd. Kijk maar.” Victoria bleek geen voorstander te zijn van een zachte aanpak. Ze liet hem zonder pardon zijn toekomst zien: vrijwel altijd onder invloed, en meestal zwervend op straat. Er was niemand meer die hem hielp. De hulpverlening kon geen kant met hem uit, en zelfs zijn moeder bracht hem geen eten en schone kleren meer. Hij was koud, had pijn, voelde zich doodziek. En toen was hij plotseling op een uitvaartdienst waarbij een uitvaartbegeleider ‘het heengaan op een te jonge leeftijd betreurde.’ Hij keek in de kist. Hij meende zijn vader te zien, maar besefte toen dat hij het zelf was die daar in de kist lag.

Badend in het zweet werd hij wakker. Nog natrillend kwam hij overeind. De immense opluchting dat het maar een akelige droom was geweest, verdween onmiddellijk toen hij die vermaledijde engel weer zag. “Kom, we gaan nog even weg,” zei ze op een toon alsof ze naar een feestje gingen. En daar gingen ze weer door de nacht. Sneeuwvlokken dwarrelden in een steeds sneller tempo omlaag. Er waren nog veel mensen op de been. Kerkklokken lokten kerkgangers naar de nachtmis. Andere mensen verlieten het theater waar het Leger des Heils de jaarlijkse kerstviering net had beëindigd. Straatartiesten, verkleed als herders, roffelden op trommels en speelden op blokfluiten ‘The little drummer boy.’ Een kerstman gleed uit en kwam, ‘hohoho’ roepend ten val. Hij werd hoffelijk overeind geholpen door twee daklozen. Het was koud, maar overal stonden vuurkorven waar men zich aan kon warmen. Er waren kerstbomen met duizenden led-lichtjes en een koor in een Charles Dickens outfit zong Christmas Carols. De stad was een en al kerst en saamhorigheid. Ze landden voor het huis dat hij met Marieke had gedeeld. Victoria verspilde geen tijd aan woorden en nam hem mee naar binnen. Hij zag zijn moeder. En de ouders van Marieke. En Marieke met een pasgeboren baby in haar armen. Jacob hapte naar adem en keek naar het kindje. “Jouw kind,” zei Victoria.

En toen was Kerst weer voorbij. In het rijk der engelen deden de beschermengelen verslag van hun hulp en ondersteuning aan de hulpbehoevenden. Het Hoofd was tevreden met het resultaat. Victoria’s missie had wel veel tijd had gekost, maar dat zag het Hoofd door de vingers. Victoria’s hulpmethode was niet alledaags geweest, maar ze had naar beste weten er alles aan gedaan om Jacob van zijn alcoholverslaving af te helpen. Voor hem was alles een droom geweest. Maar hij had zich intussen wel aangemeld bij de gevangenisvrijwilliger van de AA. En hij had contact gehad met Marieke die hem had verteld dat hij vader was geworden, en beloofde een foto van de baby te sturen. ”Er is dus hoop op herstel en op een nieuwe start,” concludeerde het Hoofd.

Op oudejaarsavond zat Jacob in zijn cel te kijken naar de foto van zijn dochtertje. Stilzwijgend beloofde hij haar dat hij er altijd voor haar zou zijn, wat er ook gebeurde. En ergens ver, ver buiten het aardrijk klonk een reactie: ”Dat het zó mag geschieden.”

 




 

Design and implementation by Focusys