Dit blog...

Welkom op de website van Dini Commandeur. Als columniste heeft Dini een flink aantal columns voor verschillende bladen geschreven. Daarnaast schrijft Dini af en toe korte verhalen. Deze columns en verhalen zijn op deze website beschikbaar voor iedereen. Periodiek worden hier ook de nieuwste columns en verhalen gepubliceerd.

Archieven

01 Jan - 31 Dec 2021
01 Jan - 31 Dec 2020
01 Jan - 31 Dec 2019
01 Jan - 31 Dec 2018
01 Jan - 31 Dec 2017
01 Jan - 31 Dec 2016
01 Jan - 31 Dec 2015
01 Jan - 31 Dec 2014
01 Jan - 31 Dec 2013
01 Jan - 31 Dec 2012
01 Jan - 31 Dec 2011
01 Jan - 31 Dec 2010
01 Jan - 31 Dec 2009
01 Jan - 31 Dec 2008
01 Jan - 31 Dec 2007
01 Jan - 31 Dec 2006
01 Jan - 31 Dec 2005
01 Jan - 31 Dec 2004
01 Jan - 31 Dec 2003
01 Jan - 31 Dec 2002
01 Jan - 31 Dec 2001
01 Jan - 31 Dec 2000
01 Jan - 31 Dec 1999
01 Jan - 31 Dec 1998
01 Jan - 31 Dec 1997
01 Jan - 31 Dec 1996
01 Jan - 31 Dec 1995
01 Jan - 31 Dec 1994
01 Jan - 31 Dec 1993
01 Jan - 31 Dec 1991
01 Jan - 31 Dec 1990
01 Jan - 31 Dec 20
01 Jan - 31 Dec 08
01 Jan - 31 Dec 00

E-mail

Mail

Links

dini's site in english
dini's site in dutch
Veel meer columns
en nog meer columns
Leeskring
B9-Literatuur
Schrijverspunt

Zoek!

Overig

Powered by Pivot - 1.40.7: 'Dreadwind' 
XML: RSS Feed 

« Nederland, oh Nederla… | Home | De minibieb »

Een kerstverhaal

Maandag 14 December 2020 Men kon van Frans de Wit niet echt zeggen dat hij spraakzaam was. Hij vertelde bijna nooit iets. Niet over zijn verleden, niet over het nu. Maar al was hij dan zwijgzaam, de mensen van de daklozenopvang waar Frans als vrijwilliger werkte, mochten hem graag. Hij was behulpzaam, wist van aanpakken, en oordeelde niet. Bij Frans waren je geheimen veilig, dat wist iedereen.

Sander, het hoofd van de opvang was blij met een vrijwilliger als Frans. Hij kon altijd op zijn ‘rechterhand’ rekenen. Ook nu in coronatijd alles zo anders was, en ook nu de feestdagen in aantocht waren. De activiteitencommissie van de opvang tobde over de organisatie van het kerstfeest, maar uiteindelijk kwam er een plan. Kerst zou meerdere keren worden gevierd. Met minder mensen per keer, maar wel met hetzelfde programma. Een welkomstwoord met koffie en gebak. Daarna het kerstdiner, en dan de verrassing: een videofilmpje met een waargebeurd kerstverhaal. Een vrijwilliger met ervaring met het maken van videofilmpjes had dat gouden idee geopperd. “We zetten het vertellen van het verhaal op film. Met eventueel achtergrondmuziek en misschien wat mooie foto’s of bewegend beeld. En na het filmpje ter afsluiting nog wat hapjes en alcoholvrije drankjes. Dat wordt een prachtige kerstbijeenkomst.” Het idee was mooi, daar was iedereen het over eens. Maar het probleem was om iemand te vinden met een mooi verhaal, en die dat verhaal ook nog eens goed kon vertellen. “De tijd dringt,” zei Sander begin oktober tegen Frans. We moeten nu toch echt aan de slag. Weet jij geen verhaal?” Frans zweeg een poosje en dacht na. “Jawel,” zei hij toen. “Ik weet wel een verhaal.”


Frans had dus een verhaal, maar een verteller was hij niet. Na diverse mislukte opnamepogingen besloot de vrijwilliger van het ‘videofilmpje idee’ om het anders te doen. Hij was inmiddels gepromoveerd tot regisseur van het gebeuren en dacht dat het beter was het verhaal in een interview te laten vertellen. “Dan hoeft Frans alleen maar antwoord te geven op de gestelde vragen. Sander, jij bent de interviewer. Zet je vragen maar vast op papier.” En zo gebeurde het.
Toen de opnames en de montage klaar waren werd de activiteitencommissie bijeen geroepen om het resultaat te bekijken. Frans was zenuwachtig. Zou het wel goed zijn? En zou zijn verhaal het publiek niet vervelen? Was het wel boeiend genoeg?
De film begon met muziek uit Bachs Weihnachtsoratorium. Toen het geluid zachter werd, zoomde de camera in op Sander en Frans. Zij zaten op gepaste afstand van elkaar naar een beeldscherm te kijken waarop oude filmbeelden van een straat te zien waren. De straat waar Frans vroeger als jongetje had gewoond. Sander vroeg hoe die tijd was geweest en Frans vertelde over zijn kinderjaren. Thuis was er veel ruzie. Zijn vader dronk. En zijn moeder kon haar zoontje niet de aandacht geven die hij nodig had. Frans vluchtte tijdens ruzies vaak naar een buurvrouw bij wie hij altijd terecht kon, en die hem verwende met warme chocolademelk en ontbijtkoek met roomboter. Hij was vijf jaar toen hij haar met kerst mocht helpen de kerstboom te versieren. Thuis was er geen kerstboom, en hij vond dit boompje prachtig. Vooral die ene ‘besneeuwde’ kerstbal, met binnenin een engeltje van wit karton en goudkleurige vleugels. Ze keek zo vriendelijk, dat engeltje. Alsof ze wilde zeggen dat alles goed zou komen. De buurvrouw zag hoe mooi hij het engeltje vond, en nam de kerstbal weer uit de boom. “Voor jou,” zei ze. “Een kerstcadeautje. Er goed op passen, hoor. Het engeltje waakt over je. Dat is de taak van engeltjes, waken en beschermen. Waar je ook bent, en niet alleen met kerstmis.” Hij liet de kerstbal aan zijn moeder zien. ”Mooi,” zei ze. Maar zijn vader smeet in een driftbui de kerstbal op de grond. De bal spatte uiteen, maar het engeltje bleef heel.


De jaren gingen voorbij en het ging niet goed met Frans. Hij belandde in het drugscircuit en werd zelfs een ervaren drugssmokkelaar. Daar kwam een eind aan toen hij in een Aziatisch land werd opgepakt. Drugssmokkel was een zware misdaad in dat land. Men kon er zelfs de doodstraf voor krijgen. Drugssmokkelaars met een andere nationaliteit werden echter meestal tot een lange gevangenisstraf veroordeeld. Ook Frans ontkwam niet aan die straf. Hij onderging het zonder klagen. Hij had immers zelf voor het smokkelen gekozen, en was vaak gewaarschuwd voor de risico’s. Hij had gehoord over het op elkaar gepropt zitten met teveel mensen in een te kleine cel. Nu ervoer hij dat zelf. Plus de viezigheid in de cellen, het ongedierte, het eten dat niet te eten was. De ruzies en de vechtpartijen. De corruptie. De hiërarchie onder de gevangenen, de bazen, de knechtjes. Maar er waren ook vriendschappen en er was ook saamhorigheid. Veel buitenlandse gevangenen waren christenen, in elk geval met kerst. Want de kerstvieringen waren prachtig. Weliswaar zonder sneeuw en kaarsjes, maar wel met een fleurige kerstboom en veel muziek en zang. Kerst werd gevierd in een kleurig versierd zaaltje waar aan het eind van de dienst door de geestelijk verzorgers en hun vrijwilligers kerstpakketten werden uitgedeeld.
Uiteindelijk mocht Frans de rest van zijn straf in eigen land uitzitten. En toen hij vrij kwam, gooide hij het roer om. Geen drugs en ook geen verre reizen meer. Een totaal ander bestaan. “Mis je het spannende leven niet?” vroeg Sander. Nee, Frans miste dat leven niet. “Maar ik wilde dit verhaal wél vertellen, want ondanks de coronamaatregelen wordt binnenkort overal in de wereld weer kerst gevierd.” zei hij. “En vast ook in de gevangenis waar ik heb gezeten. Ik vraag me af hoe het daar nu is, met zoveel gevangenen bijeen. Maar ik hoop dat er, op welke manier dan ook, toch kerst wordt gevierd. Met in elk geval  kerstmuziek, en kleurige slingers. En kerstpakketten met blikjes eten en toiletartikelen, waar vooral de allerarmsten zo blij mee zullen zijn.”
“Wat ik me nog afvroeg, ” zei Sander. “Was je nooit bang in die gevangenis met die gevaarlijke toestanden?” Maar Frans was nooit bang geweest, zei hij. Hij haalde voorzichtig iets uit zijn colbertjasje .”Kijk,” zei hij. In zijn hand lag het kartonnen kerstengeltje dat hij ooit van de buurvrouw had gekregen. Als dierbare herinnering aan haar had hij het engeltje al die jaren bij zich had gedragen. “En noem het bijgeloof, maar ik heb me van kleins af aan altijd veilig gevoeld. Engeltjes waken over je, zei mijn buurvrouw. En niet alleen met kerst.“ Hij knipoogde. “Dat kinderlijk geloof ben ik blijkbaar nooit kwijtgeraakt.” Hij zweeg weer even, en zei toen: “De kerstviering in die gevangenis ging niet alleen om de zang, muziek en de kerstpakketten. Voor velen betekende de kerstviering vooral verbroedering, saamhorigheid en troost. En hoop op betere tijden.”


De film was ten einde. Tijdens de aftiteling klonk opnieuw de muziek uit Bachs Weihnachtsoratorium. De activiteitencommissie begon te applaudisseren. “Goed werk, Frans,” zei Sander. “Echt?” vroeg Frans. “Echt waar,” zei Sander. ”Alles is goed.”

Tekening: © Michiel Commandeur


 

Design and implementation by Focusys